Dag 9, 16 maart 2011
Nadat ik met mijn Italiaanse La Martina schoenen in de modder en geitenpoep heb gelopen heb ik ze schoongemaakt en weggezet. Zolang het hier nat is loop ik op Crocs.
Ik wil graag nog wat algemene informatie delen. Als eerste iets waar ik echt last van heb. Het is hier KOUD! Als op 2800 meter de zon achter de wolken verdwijnt neemt de wind het over. In de stad valt het mee maar op de vlakte waar de farm staat is het continue windkracht 4. Daarbij vallen nu vaak buien (in tegenstelling tot vorige week) en dan blijft de temperatuur overdag onder 12 graden. In de nacht is het tussen 4 en 6 graden. Binnen en buiten. En er is geen verwarming dus slaap ik met drie dekens. En nog steeds is het koud.
Gisteren ben ik met Abiye ook nog even langs de bank en het belastingkantoor gegaan. Hij moet voordat hij salarissen uitbetaald loonbelasting betalen. Alles gaat hier cash. Helaas mocht ik noch bij de bank, noch bij het belastingkantoor fotograferen. Vooral het belastingkantoor was hilarisch. Een mega archief met ringbanden waarin alle gegevens staan van werknemers en bedrijven. Daartussen staan vier bureaus waar administratie en betaling plaatsvinden. De sfeer is trouwens overal heel gemoedelijk. Iedereen kent Abiye en wacht met smart op de nieuwe appeloogst. Men is er dol op.
Abiye heeft trouwens een hele nette auto. Gisteren wilde ik heel graag even de rechter voorwielophanging controleren. Met name op keienwegen rammelde het behoorlijk. De originele nylonbussen worden hier vervangen door op maat geknipte rubbers van oude autobanden. Abiyes auto ziet er ook van onder netjes uit. Droge motor, droge bak, droge differentiëlen. Weinig beschadigingen. Hij is er ook enorm netjes en rustig mee. Soms denk ik wel eens: rij maar wat harder over deze keienweg, dan voel je niet elke steen. Maar Abiye rijdt dan stapvoets. Duidelijk bedoeld om deze auto heel te houden. Aan de andere kant kan ik het waarderen. Ondanks het levensgevaarlijke verkeer voel ik mij erg veilig als hij rijdt. Hij rijdt erg defensief.
In Hotel Eva zit ook een groep Amerikanen die huizen aan het bouwen is voor arme- of zieke mensen. Van hun bedoelingen snap ik niets. De werkloosheid is hoog, arbeid goedkoop. Waar hier behoefte aan is dat zijn praktische, geduldige vakmensen. Tegelzetters, loodgieters, timmerlui, lassers, schilders. Geen tandartsen en advocaten.
Men heeft hier namelijk vaak wel de duur aangeschafte bouwmaterialen maar bij montage en afwerking gaat het mis. In iedere badkamer ligt een plas water. Het putje zit niet op het laagste punt. Kranen worden aangesloten met dure flexibele leidingen. Leer deze mensen het gebruik van waterpas en leer ze solderen, tegelzetten. Dan zou met minder geld de bouwkwaliteit enorm verhogen.
Gisteren gehoord dat Abiye in 1978 tijdens het begin van het derg regime een half jaar in de gevangenis heeft gezeten. Als ik er op doorvraag is hij laconiek. Hoewel zijn ogen verdriet uitstralen. Hij heeft geluk gehad. Veel vrienden hebben die tijd niet overleefd.
Ook verteld hij dat hij als onderzoeker bij ILRI (international livestock research institute) veel in het buitenland was. Hij is in de VS, Australie, Indonesie, Thailand en Engeland geweest. Ik vroeg hem of hij geen drang had in het buitenland te blijven. Toen had hij nog geen vrouw of kinderen dus kon hij gemakkelijk het bloedige regime ontvluchten. Hij zei dit niet te hebben gedaan omdat zijn positie bij ILRI hem in staat stelde een goed leven te leiden en iets te betekenen in zijn Ethiopie. Ik ken hem nu en geloof hem.
Vandaag vertrekken we terug naar Addis. Ik ga mijn rapportage schrijven daar. Ook wil ik nog wat souvenirs kopen en wat toeristische dingen doen. Tot nu toe eigenlijk alleen maar gewerkt. Hoewel dit niet zo voelde. Het is toch iets heel anders dan wat ik in Nederland doe.
De terugrit naar Addis ging prima. Abiye rijdt altijd heel rustig. Het weer is regenachtig, koud en onderweg rijden we door wolken. Je kunt het ook mist noemen. Het zicht is op sommige stukken ongeveer 100 meter. Dat is in Nederland al weinig maar hier lopen ook vee en mensen op de weg. Aangekomen in Addis werken we aan onze ontmoeting met de landbouwraad, morgen en schuiven aan voor de lunch. Ik kom zwaarder terug dan ik wegging denk ik…
De lunch, injera met verschillende soorten vlees- en groentesaus is heerlijk. Na de lunch word ik meegenomen naar de schuur. Daar staan een gasfornuis en een injera bakmachine. Heel leuk om te zien hoe dit gemaakt wordt. Er wordt van water en meel een beslag gemaakt. Dit gaat op de hete plaat van ongeveer 50 cm doorsnede. Daarna koelt het af op een mand. Afgekoeld worden ze opgevouwen in een mand in de schuur bewaard.
Zaterdag gaan we shoppen. Dan gaan we leuke souvenirs kopen. Niet op mercato. Dat vindt Abiye een vervelende plek. Veel te druk, je kunt er niet parkeren en je moet erg op je spullen letten. Abiye weet een andere plek. Ik ben benieuwd.
Zaterdag lunch ik weer bij Abiye en dan eten we kitfo, het Ethiopische gerecht dat men van oorsprong van rauw rundvlees maakt. Abiye en zijn vrouw eten alleen de gebakken variant. De rauwe word je namelijk ziek van. Iedere Ethiopier die het eet accepteert dat en heeft medicijnen klaarliggen hiertegen. Abiye vindt dit ongezond.
Nu werken we nog wat en dan word ik teruggebracht naar La Source. Het guesthouse waar ik eerder verbleef in Addis. Ter vergelijking: een overnachting in La Source kost 358 Birr (14 euro) en in Desalegn Hotel is 75 euro. Ondertussen ben ik hier gebracht door Daniel, een aardige, jonge taxichauffeur. Hij heeft twee kinderen (2 jaar en 2 maanden). De reden dat ik hem weer heb gebeld is dat hij zijn best doet om veilig te rijden en zijn auto goed werkende veiligheidsgordels heeft. Hij rijdt ook vaak voor de Amerikaanse internationale school, wellicht is daar een verband tussen.
Nu internet in Desalegn Hotel en straks maar eens ‘gewoon’ eten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten