zaterdag 12 maart 2011

Meer Debre Berhan



Dag 4, 11 maart 2011

Vroeg op. Ontbijten. Internet. Handig. Wat zakelijke dingen.
Op weg naar het onderzoeksinstituut. We hebben een afspraak met de directeur. Onderweg valt het mij op dat hutjes van modder en overstekende ezels beginnen te wennen. Stiekem zou ik heel graag willen rijden. Het is me sterk ontraden. Ik zou willen dat ik mijn eigen auto hier had. Of motor! Helemaal zelfmoord.

Aangekomen bij het onderzoeksinstituut wordt het beeld van gisteren versterkt. De directeur is een knaapje met halflange zwart leren jas. Niets is wat het lijkt hier. Ik associeer hem met de Kanaalstraat. Hij draait routineus zijn praatje af en beantwoordt mijn weinig kritische vragen. Hem moet je te vriend houden voor het geval je eens iets nodig hebt. Abiye krijgt mest van het instituut en ‘aanbeveling’. Dat is maximaal haalbaar hier, denk ik. Ik opper nog dat vanwege de overlap in onderzoek Abiye best een deel van hun beschikbare budget zou kunnen krijgen. Mij wordt uitgelegd dat dat niet mogelijk is.

Abiye en ik trekken telkens dezelfde conclusies. Dit instituut is niet iets waar de lokale boeren veel aan hebben. Hun doelstellingen zijn lange termijn. Er wordt veel overlegd over beleid. Men verwacht pas over enkele jaren de mening van de overheid over het verbouwen van tempered fruits in dit hoogland. Terwijl de lokale boeren voedseltekort ervaren.
Het lijkt wel vergaderen over brandbestrijding terwijl het huis van de buren uitbrandt…

We gaan naar de farm. Deze keer maak ik foto’s en film. Ik vind het mooi om te zien dat Abiye met grote liefde voor het vak zijn mensen instrueert. Wat hij gisteren aan ze vroeg is ondertussen gedaan en men is bezig stro op te tasten. Er is haast bij want er wordt regen voorspeld.

Hierna gaan we naar de stad om te lunchen. Deze keer eet ik de pannenkoek (injerra) met verschillende hapjes erop. Boontjes, bietjes, boerenkool, erwtjes, maïs. Heel gezond en lekker. Wel veel. Op tv is op dat moment nieuws over de aardbeving in Japan. Het ziet er heel ernstig uit en we zijn er stil van.
Ik leer er ook dat als niemand de wc doortrekt (een frans model staplee, de eerste die ik zie) daar waarschijnlijk een goede reden voor is. Ik spring net op tijd aan de kant voor een stroom met jeweetwel…

Daarna naar ons hotel. Internet. Zakelijke telefoontjes gedaan. Even op mijn kamer de foto- en filmbeelden op de computer gezet. Het ziet er mooi uit.

Toen weer naar de farm. Alles heeft met elkaar te maken. Er wordt geen splinter verspild. We bezoeken een waterplaats die Abiye in de jaren 70 heeft ontworpen. Hij is teleurgesteld omdat de pomp op animalpower verdwenen is en de dieren nu het water in moeten lopen om te drinken. Behalve drinken doen ze daar ook hun behoeftes en dat maakt het water waardeloos voor veel menselijke toepassingen. Het getrappel van de ossen, paarden, ezels en schapen maakt ook de oever van het watertje stuk waardoor landerosie doorgaat.
We spreken een lokale boer daar die tegelijkertijd 4 seedlings besteld. Ratten en zijn kinderen hebben de vorige vernield.

Abiye en ik bespreken het verloop van mijn opdracht. Ik begin een beeld te krijgen. Ik word steeds genuanceerder. Niets is hier vanzelfsprekend. Water, elektriciteit, bemesting, voedsel voor de dieren. Alles moet zelf geregeld worden. Kopen is onbetaalbaar. Hierdoor moet je als boer overal heel scherp in zijn en lang tevoren plannen.

We gaan terug naar het hotel en drinken wat. Ongelooflijk uniek dat we over alles kunnen praten samen. We zoeken de overeenkomsten en verschillen tussen ons en onze landen. Het levert prachtige gesprekken op. Trouwen, kinderen, studies, samenwonen, wetten, auto’s, verbouwen, noem maar op.

Die avond lopen we naar een hotel-restaurant dichtbij om te dineren. Ik kies wederom voor een Ethiopische specialiteit. Een stoofpot, deze keer met rundvlees. Weer met een stukje pannenkoek met de rechterhand eten. Het smaakt prima.

De stoep is levensgevaarlijk. Betonnen platen van de stoep zijn in feite deksels voor het onderliggend riool. Hier en daar missen er wat. Daaronder is het 2 meter diep. Er is geen straatverlichting. Dan maar op de weg lopen. De snelheid van langsrijdend verkeer varieert tussen 10 en 70 km/u. Dat voelt erg onveilig. Gelukkig is het maar een paar honderd meter.

Al een paar uur zegt mijn iphone: ‘geen service’. Ook in het hotel blijkt geen internet te zijn. Geen telefoon, geen SMS, geen internet. Helemaal onbereikbaar zijn voelt niet zo goed. Morgen weer 2 nachten terug naar Addis.

2 opmerkingen:

  1. Ha lieverd,
    Wat kun je goed schrijven. Heel leuk en ook erg interessant om te lezen. Fijn dat jullie het zo goed kunnen vinden met elkaar. Organiseer maar een vertelavond als je terug bent. Kus, mama.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ga ik zeker doen. Ik heb ook veel foto en video. Dat moet wachten omdat internet hier vrij moeizaam werkt.
    Kus van je zoon

    BeantwoordenVerwijderen